Door: Floris Jan Bovelander » Meer columns van Floris Jan Bovelander
Gepubliceerd: maandag 18 juni 2007 21:01
Update: maandag 18 juni 2007 21:01
Het wordt oranje in Peking. Nu de softbalsters en voetballers zich geplaatst hebben, gaan we misschien met de grootste Nederlandse ploeg ooit. Veel oranje trainingspakken, veel oranje om te ruilen. De Olympische Spelen is een grote kledingruilbeurs. Ooit ruilde ik mijn olympische trainingspak met een gewichtheffer uit Papoea-Nieuw- Guinea. Schitterend pak en precies op maat. Tijdens de Spelen is er veel te doen en je moet overal op letten.
Een van die dingen is er voor te zorgen dat je met een paar mooie relikwieën thuiskomt. Bij mijn eerste Olympische Spelen had ik dat al snel door, niets ontging me. Natuurlijk had ik mijn rood-wit-blauwe tulpentrainingspak kunnen ruilen met een stoere Amerikaan of voor een smetteloos wit Duits pak. Maar mijn oog viel op het tenue van Papoea-Nieuw-Guinea. Een wollige zwarte broek, met een rood met witte bies en elastieken voor onder de schoenen. Daarboven een kleurrijk rood, geel en zwart trainingsjack. Grote letters PNG op de rug en een schitterende gouden ster op de borst. Schitterend pak, ik viel er meteen voor. Het was nog wel een heel gedoe om dat pak te krijgen, want die twaalf Nieuw-Guinesers vielen niet echt op tussen de twaalfduizend andere atleten. Toch lukte het op de slotdag. Mijn missie was volbracht. Ik kon naar huis. Dat de stank van het pak er pas een jaar later uit was, nam ik graag op de koop toe. Het is tijdens de Spelen sowieso een drukte van jewelste. Er is zo veel te doen en te regelen. In Atlanta kregen we van McDonald’s een petje waarop je zes speciale pins kon prikken. De zes verschillende pins die je kon halen in de zes verschillende McDonald’s restaurants die zich in het olympisch dorp bevonden. Iedereen wil naar de Olympische Spelen. Ook de voetballers staan in de rij om dit feest mee te maken. Direct na de plaatsing reageerden ze uitgelaten. Naar de Spelen! Hun ogen glinsterden van geluk, als kleine kinderen die mochten graaien in een grote bak met snoep. Ze mogen naar het walhalla van de sporters. Enthousiaste verhalen. Al die sporten, al die sporters, 150.000 condooms, zoveel te doen en ja die honderd meter lijkt me gaaf. Ik hoor en zie ze denken: dit wordt een groot feest. En ja, een groot feest is het. Maar het is wel raar dat niemand het heeft over medailles halen, of zou dat echt bijzaak zijn?