Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: maandag 14 juli 2008 21:39
Update: dinsdag 15 juli 2008 00:10
In de toekomst zal de mens geen groter hoofd krijgen. Zijn brein zal juist een beetje kleiner worden.
Sinds het ontstaan van de mens, zo’n tweeënhalf miljoen jaar geleden, is zijn brein alleen maar groter geworden. Dat komt, wordt vaak gedacht, doordat we homo sapiens zijn: de wetende mens. Nadenken vereist flink wat grijze massa. Maar dat is maar ten dele waar, denkt de Britse neurowetenschapper Pete Trimmer. Dat grote brein heeft in wezen een andere taak: beslissingen nemen – en daar maken we veel minder intensief gebruik van dan onze voorouders.
Sinds enkele jaren weten neurologen, dankzij MRI-scans, dat het menselijk brein twee afzonderlijke beslissystemen bezit. Het ene systeem is bliksemsnel maar niet erg accuraat. Het andere is langzamer, maar nauwkeuriger. Dat trage systeem zit in de buitenste delen van het brein, in de cortex. Het snelle systeem ligt daaronder, het is ‘subcorticaal’. Het grote verschil tussen de mens en elk ander zoogdier zit hem niet in het snelle, subcorticale systeem, maar in de cortex: die is bij de mens veel groter. Die grote cortex maakt dat we meesters zijn in het nemen van goed doordachte besluiten.
Het is nogal vreemd dat het menselijk brein over twee beslissystemen beschikt, omdat ze allebei ruimte vergen en omdat ons extra grote brein veel energie vreet. (Ruwweg 30 procent van de energie die we binnenkrijgen, wordt in de hersenen verbruikt). Maar Trimmer heeft door middel van computermodellen laten zien dat deze neurologische overkillnuttig is zolang ons brein enerzijds zeer afgewogen beslissingen moet nemen (die samenhangen met leven in complex gestructureerde groepen) maar ook voortdurend op zijn hoede moet zijn voor gevaarlijke gebeurtenissen, zoals het opduiken van een predator. In dat laatste geval dient zeer snel gehandeld te worden, zonder al te veel subtiel denkwerk.
Homo sapiens heeft de laatste duizenden jaren weinig last meer van roofdieren; het snelle systeem is daarmee minder belangrijk geworden. Trimmer vermoedt dat het zal verschrompelen en dat ons brein kan krimpen. Dat is niet uniek: de hersenen van de hond zijn 30 procent kleiner dan die van zijn voorouder de wolf. Een direct gevolg van het feit dat de hond gemakkelijk aan zijn kostje komt en niet meer voortdurend alert hoeft te zijn.