Door: Marcel Hulspas
Gepubliceerd: woensdag 3 december 2008 23:45
Update: woensdag 3 december 2008 23:59
Angst, depressie en vermoeidheid zijn slecht voor ons hart. Hart en psyche blijken nauw verbonden.
Iedereen weet wat je moet doen om je hart in conditie te houden: niet roken, niet drinken, gezond eten en voldoende bewegen. Maar langzamerhand wordt duidelijk dat dit niet het hele verhaal is. Onderzoekers hebben een andere, waarschijnlijk belangrijkere factor over het hoofd gezien: de menselijke geest. Een gezond hart heeft alles te maken met hoe we ons voelen. Anders gezegd: mensen die ongelukkig zijn, depressief, of zich chronisch moe voelen, hebben een veel grotere kans op hartklachten. En die psychische klachten komen vooral voor bij mensen met weinig opleiding en een laag inkomen.
Sterk verband
Het besef dat ons hart sterk beïnvloed wordt door onze psychische gesteldheid drong zo’n tien jaar geleden pas echt door. Het onderzoek staat echter nog in de kinderschoenen, vooral doordat cardiologie en psychiatrie nog zeer gescheiden vakgebieden zijn. Cardiologen vragen hun patiënten niet of ze gelukkig zijn; psychiaters luisteren niet naar klachten over pijn in de borst. Maar het verband tussen hart en geest bestaat, en lijkt zelfs zeer sterk.
Het Maastrichtse Academisch Ziekenhuis neemt in dit onderzoek een vooraanstaande positie in. Daar heeft ‘cardiopsychiater’ Petra Kuijpers een vragenlijst ontwikkeld, bedoeld om bij mensen met hartklachten een eventuele psychische stoornis of een chronisch gevoel van vermoeidheid (‘vitale uitputting’) op te sporen. Zodra er sprake is van onduidelijke hartklachten, krijgen patiënten deze vragenlijst voorgeschoteld. En als de uitslag aangeeft dat psychische klachten een rol kunnen spelen, volgt een gesprek en eventueel een ‘blaastest’. (De patiënt moet een mengsel van zuurstof en CO2 moet inademen; mensen met depressieve klachten of een paniekstoornis krijgen hierbij acuut pijn in de borst.) Kuijpers durft te stellen dat een kwart van de onverklaarbare hartklachten samenhangt met psychische klachten en dan ook vaak door middel van psychotherapie effectief kan worden aangepakt.
Nieuwe, harde aanwijzingen voor het verband tussen hart en geest zijn gevonden door Zuzana Skodova, die op 12 december in Groningen promoveert. Skodova voerde een literatuurstudie uit waarbij ze de medische literatuur van de afgelopen 13 jaar doorploegde, en daarbij twaalf empirische studies aantrof waarin een verband werd gevonden tussen de maatschappelijke status van de patiënt (gedefinieerd aan de hand zijn opleiding, beroep en inkomen), zijn of haar psychische welbevinden en medische klachten. Hierna voerde ze een eigen empirische studie uit, in samenwerking met de P.J. Safarik universiteit en het Oost-Slowaaks instituut voor hart- en vaatziekten (beide in Kosice, Slowakije). Hierbij kwam dit verband opnieuw sterk naar voren.
Moeizaam herstel
Skodova onderzocht 362 patiënten (eenderde vrouwen) die met hartklachten waren opgenomen en in aanmerking kwamen voor coronaire angiografie (röntgenonderzoek aan de kransslagaderen).
Ze ondervroeg hen met behulp van de Maastrichtse vragenlijst en vroeg daarnaast naar opleiding, werk en inkomen. Opnieuw bleken angst, depressie en chronische moeheid goede voorspellers van hartklachten zijn. Ook werd duidelijk dat deze risicofactoren vaker voorkomen onder bevolkingsgroepen met een lage sociaal-economische status en een laag inkomen. Deze mensen hebben een zeven keer grotere kans op psychische klachten (met name vitale uitputting) en een al evenzeer vergrote kans op hartklachten. En dat is niet alles: het herstel verloopt bij hen ook moeizamer.
Volgens Skodova moeten artsen daarom rekening houden met de sociaal-economische status van de patiënt. Artsen moeten zich realiseren dat de klachten mogelijk een psychische oorzaak hebben, en niet alleen door medicatie maar ook langs psychologische weg moeten worden aangepakt. En ze moeten bedenken dat het herstel gemiddeld langer zal duren.