Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: donderdag 10 september 2009 00:40
Update: donderdag 10 september 2009 01:05
De ‘mysterieuze’ bijensterfte is helemaal geen mysterie. Waar het volgens Tjeerd Blacquière aan schort, is vakkundige imkers.
Voor wie het allemaal te erg vindt worden, is er sinds kort een petitie om te ondertekenen, getiteld Stop de bijensterfte. De bedenkers (‘Wij, verontruste burgers van Nederland’) waarschuwen dat de jaarlijks steeds weer terugkerende, hardnekkige bijensterfte ‘onomkeerbare gevolgen kan hebben voor de voedselvoorziening en de biodiversiteit’. Direct daarna roept de petitie de Tweede Kamer op een verbod af te kondigen op drie insecticiden ‘die bekendstaan om hun schadelijke effecten op bijenkolonies’.
Bijensterfte, ooit een curieus probleem, trekt de laatste maanden nationale aandacht. Ligt het aan pesticiden? Tjeerd Blacquière, bijenexpert bij de Wageningse universiteit, moet er weinig van hebben: ‘Klimaatverandering, gewasbeschermingsmiddelen, gsm-masten... allemaal flauwekul tot het tegendeel is bewezen. Zo’n petitie heeft iets van: O jee! Paniek! We moeten iets doen! Maak een petitie! Zelf vind ik het verbazingwekkend dat alle milieuclubs meteen meedoen aan zo’n actie. Belangrijker is: de Nederlandse Bijenhouders Vereniging NBV heeft de petitie niet getekend. De NBV heeft tot nu toe zeer genuanceerd hierover bericht.’
Die petitie is een initiatief van de Utrechtse universitair docent Jeroen van der Sluis en ex-KNMI-directeur Henk Tennekes. Volgens hen komt het allemaal door het gebruik van neonicotinen.
‘Naar mijn smaak zijn deze heren vooral gekant tegen deze neonicotinen – voor de duidelijkheid: ook ik vind de niveaus daarvan in oppervlaktewater verontrustend hoog – en om die verboden te krijgen gebruiken ze ook de aandacht voor de bijensterfte. Maar er zijn andere, in mijn ogen waarschijnlijker verdachten.’
Wat is volgens u dan wel de oorzaak van de mysterieuze sterfte?
‘Ik betwijfel nog steeds dat er sprake is van een ‘mysterieuze’ sterfte. Het verschijnsel doet zich voor bij een te zware besmetting met de varroamijt, een beruchte parasiet, en bij hevige besmetting met nosema – een eencellige darmparasiet. Grootschalig onderzoek in Frankrijk en Duitsland bevestigt dit en laat ook zien dat er geen verband is met de aanwezigheid van residuen van neonicotinen. Die besmettingen maken een bijenvolk uiterst kwetsbaar voor allerlei virussen, waardoor de kans groot is dat ze de winterperiode niet doorkomen. De meest recente relevante publicatie is van een onderzoeksgroep onder leiding van May Beerenbaum, van de universiteit van Illinois. Zij hebben de activiteit van genen onderzocht in het darmweefsel, bij volken die door sterfte getroffen waren en bij gezonde volken. Als de getroffen bijen veel last zouden hebben van pesticiden zouden genen die ‘ontgiftings’-eiwitten aanmaken, bij hen geactiveerd moeten zijn. Dat was niet het geval. Ook waren de genen die afweer tegen ziekten verzorgen niet extra geactiveerd. Wel waren er aanwijzingen dat de ribosomen – celonderdelen die de productie van eiwitten verzorgen – hyperactief en ontregeld waren. Dat werd door de onderzoekers uitgelegd als een gevolg van virusinfecties. Daarbij wijzen zij dus indirect ook meteen naar de varroamijt, die heeft gezorgd voor een enorme verspreiding van virussen, en die ook de vermeerdering van virussen in de bijenlarve stimuleert.’
Wat kunnen imkers doen?
‘Veel. Er bestaan goede middelen tegen – ook milieuvriendelijke. Maar vaak ontbreekt de inzet en de kennis op dit terrein. In het voorjaar van 2008 was er een hoorzitting van de Tweede Kamer over de bijensterfte. Ik heb toen veel vragen kunnen beantwoorden en heb nog met ambtenaren doorgepraat over mogelijke maatregelen. Dat resulteerde in een visie die we in januari aan minister Verburg hebben aangeboden. Sindsdien hebben we extra geld gekregen om het probleem in kaart te brengen, maar we drongen vooral aan op scholing en voorlichting van imkers, omdat we steeds zien dat sommige imkers vreselijk veel problemen hebben en anderen helemaal niet. En dat zijn soms buren! Maar dat advies heeft de minister niet overgenomen: LNV beschouwt dat niet als een overheidstaak. Maar het niveau van de imkers moét omhoog. Dat zou al veel helpen. Gelukkig ziet de NBV dat ook wel.’