Door: Marcel Hulspas » Meer columns van Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: donderdag 12 november 2009 01:56
Update: donderdag 12 november 2009 03:12
Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, pleit al jarenlang, waar hij maar komt, voor meer wetenschap in het basisonderwijs. In zijn column in de NRC van zaterdag kon hij wat dat betreft een succesje melden.
Een paar dagen daarvoor had staatssecretaris Sharon Dijksma uit zijn handen het ‘Masterplan’ van de Denktank Wetenschap en Techniek in ontvangst genomen, waarin staat hoe we het bètatalent van kinderen kunnen aanboren, en Dijksma beloofde ter plekke daarvoor jaarlijks 15 miljoen uit te trekken. Robbert toont zich in de wolken: ‘de anderhalf miljoen leerlingen in het primair onderwijs zijn allemaal tientjeslid van de wetenschap geworden.’
Dijksma houdt van cadeautjes uitdelen. De afgelopen twee jaar gaf ze 28 miljoen voor sport in de school, 30 miljoen voor scholen die schreeuwen om een conciërge, 10 miljoen voor ‘excellente leerlingen’, 10 miljoen voor taalverbeterlessen, 4 miljoen voor pilots tegen segregatie en ga zo maar door. Het onderwijs wordt er gek van, maar zij maakt er goede sier mee. En wat gebeurt er met die 15 miljoen? Die zijn volgens het ministerie bedoeld voor ‘het integreren van wetenschap en techniek in het onderwijs’, bijscholing en ‘onderzoek naar de ontwikkeling van (bèta-)talent van jonge kinderen’. Kortom, daar zullen schoolkinderen tot in lengte van jaren niks van merken. Gelukkig hoeven de kinderen van Dijkgraaf er niet op te wachten. Ik citeer: ‘We kunnen niet vroeg genoeg beginnen om begrip en fascinatie voor de wetenschap te ontwikkelen. Ik dacht dat ik daar laatst in familiekring bijzonder goed in was geslaagd, met wat hulp van buitenaf. Met ons gezin bezochten we namelijk een prachtige tentoonstelling in New York over de wonderen van het heelal. (...) Maar mijn jongste zoontje bleef toch met een vraag zitten. Die momenten voordat de oerknal afging, toen was er toch ook iets? (...) 'Wat een geweldige vraag', zei ik. Wat was er voor de oerknal? Dat is nu precies waar papa de hele dag over nadenkt!'
Wat een heerlijk spontaan jochie! Welk een ontroerende anekdote! Maar wat moeten we hiermee? Welnu, het demonstreert een oude wijsheid. De kinderen van de beter opgeleiden, die met het interessante werk, die met de stevige portemonnee, die worden over de halve aardbol gesleept om de mooiste dingen te zien. Die komen er wel. En de grote meerderheid, de kinderen met ouders die nooit nadenken over de oerknal, die nergens komen, die moeten het hebben van nepfooien uit Den Haag.
Dijkgraaf denkt de hele dag na over wat er was voor de oerknal. Misschien moet hij eens een uurtje besteden aan de vraag voor welke politieke spelletjes hij gebruikt wordt.