Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: maandag 4 januari 2010 21:33
Update: maandag 4 januari 2010 22:18
Tot omstreeks 1920 waren mobiliteit en welvaart synoniem met ‘trein’. De passagierstrein veranderde de wereld. Hij is toe aan een renaissance.
Bevrijdend. Dat waren de eerste treinen. De eerste passagierstreinen waren geen wonderen van techniek, want tegen de tijd dat de eerste spoorlijn voor passagiers werd geopend (in 1830, tussen Liverpool en Manchester), was het goederentreintje, veelal op spoorlijntjes tussen fabrieken en havens, al een alledaags verschijnsel. Maar nu was de burger aan de beurt – en dat experiment werd een overdonderend succes. De wagons waren week in week uit overvol. Voor een paar penny’s reisde men naar steden en kusten waar men tot dan toe alleen maar van had gehoord.
Al heel snel bleek dat zulke sporen tussen grote steden economisch ook heel interessant waren. Boeren brachten hun producten niet meer naar de lokale markt maar direct naar de grote steden, waar uitstekende prijzen werden betaald. De trein zorgde dagelijks voor verse groente, vers brood, en verse vis. De kwaliteit van het voedsel voor de grote massa arbeiders ging in die jaren met sprongen vooruit. Dankzij de trein.
Eenheid gesmeed
Ook elders opende de trein ongekende, revolutionaire mogelijkheden. Duitsland, dat in die jaren nog bestond uit een aantal grotere (Pruisen, Saksen, Beieren) maar vooral onnoemelijk veel kleine staatjes, werd dankzij spoorwegen tot een eenheid gesmeed. Handel en industrie bloeiden op, van Hamburg tot Leipzig en van Berlijn tot München. Niet de politiek, niet Bismarck, maar ruim daarvoor maakte de trein de Duitse eenheid onvermijdelijk. En buiten Europa? Daar was de trein het logische gevolg op het oorlogsschip. Tot halverwege de negentiende eeuw beheersten de Europese grootmachten alleen maar kuststroken. De trein maakte het mogelijk het binnenland te penetreren, en de wereld onderling te verdelen.
De invloed die de trein had, is nu nauwelijks nog voor te stellen. Hij is hier in Europa immers praktisch verdwenen, heeft plaats moeten maken voor de auto en het vliegtuig. Maar zoals Christian Wolmar in zijn boek Blood, Iron & Gold duidelijk maakt: tot omstreeks 1920 waren mobiliteit en welvaart (om maar te zwijgen van militaire overmacht) synoniem met ‘trein’. De trein veranderde de wereld. Terwijl hij in Europa bestaande steden met elkaar verbond, ontstonden in de VS langs nieuwe spoorlijnen voortdurend nieuwe steden. De VS, aldus Wolmar, zijn het product van spoorwegen; met als hoogtepunt de aanleg in 1860/69 van het spoor tussen Chicago en San Francisco, waarmee de VS definitief een eenheid werden. Een spoorverbinding beroemd om zijn ontelbare houten bruggen (onmisbaar in elke western) en berucht vanwege de torenhoge winsten die de uitvoerders in eigen zak staken. Duizenden doden vielen er tijdens de aanleg – maar dat gebeurde niet alleen in de VS: net zo goed in Siberië, Afrika, Panama en Brazilië. En eenmaal voltooid eiste het spoor jaarlijks duizenden dodelijke slachtoffers. Veiligheidssystemen bestonden niet, of werden te duur geacht. Het was de prijs voor de Vooruitgang.
Toen de auto en het vliegtuig ten tonele verschenen, was de trein in technisch opzicht nog lang niet verouderd. De stoomtrein werd in de loop van de jaren twintig/dertig van de vorige eeuw zelfs nog verregaand verbeterd, diesel en elektriciteit beloofden de trein veel schoner, comfortabeler, sneller en goedkoper te maken. (Jammer genoeg toont treinfanaat Wolmar vrijwel geen interesse voor techniek.) Maar de trein stond stil. Wat ontbrak was geloof in een toekomst. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de romantiek verdwenen, het spoornet gestaag gekrompen, en wordt de trein vrijwel uitsluitend ingezet voor forenzenverkeer.
Maar er lijkt sprake van een renaissance, in de vorm van ultrasnelle treinen tussen steden, niet al te dichtbij, maar ook niet te ver van elkaar. Op die tussenafstanden kan de trein de auto en het vliegtuig verslaan. De eerste supersnelle trein, 45 jaar geleden, was de Shinkansen, tussen Tokio en Osaka. Twaalf jaar later verscheen de TGV, tussen Parijs en Lyon, voorloper van het Europese superspoornet. In de VS loopt men hopeloos achter, maar in Europa is de trein terug. Sneller en schoner dan ooit tevoren.
Foto: Hollandse Hoogte
* Christian Wolmar, Blood, Iron and Gold. How the Railways Transformed the World. Atlantic Books, 37,95 euro. Importeur Nilsson & Lamm.