Dierenbeschermers Boek van Jane Goodall

Steun in de rug voor doordouwers

Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: maandag 25 januari 2010 22:45
Update: maandag 25 januari 2010 22:45

Soms resteren er van een diersoort maar een handjevol exemplaren. Uitsterven lijkt dan onvermijdelijk. Gelukkig zijn er biologen die tot het uiterste gaan om dat te voorkomen.

Vijf eeuwen geleden, toen Columbus zijn gewaagde oversteek naar Amerika uitvoerde, waren er in Noord-Amerika tienduizenden trompetkraanvogels. Prachtige, grote vogels met een sneeuwwit verenkleed en een zwart-rode kop. Ze leefden aan de kust, maar hun broedgebied lag in de prairie, in het hart van het continent. In de loop van de negentiende eeuw veranderde die prairie in akkerland, en de trompetkraanvogel verdween. Rond 1930 waren er nog een paar vogels over, in Louisiana en in Canada. De soort leek gedoemd uit te sterven. Kort daarop besloten gealarmeerde biologen de resterende dieren te vangen, en een fokprogramma op te zetten. Een van hen was George Archibald, die de zorg kreeg over één vrouwtjeskraanvogel: Tex. Een vanwege haar herkomst bijzonder exemplaar, en Archibald wilde haar koste wat kost overhalen eieren te leggen. Maar Tex wees alle mannelijk kraanvogels af. Ze moest kunstmatig geïnsemineerd worden – maar hoe kon Archibald haar in de juiste stemming brengen om een nest te starten? Hij besloot haar persoonlijk het hof te maken.

Kraanvogels voeren een uitgebreide paringsdans uit, met veel geren, gedraai, en allerlei kop- en vleugelbewegingen. Dat moest hij dus leren. Jaren achtereen leefden ze samen, en in de paartijd ging Achibald regelmatig naar haar toe, om te dansen. Met wisselend succes. Hij wist Tex voor zich te winnen, maar het eerste ei bleek onvruchtbaar. Het jaar daarop: weer een ei, en daaruit kwam zowaar een kuiken – maar dat stierf. Daarna moest de zwaar teleurgestelde Archibald drie jaar weg. In 1982 keerde hij bij Tex terug en danste, een laatste, wanhopige lente lang. Tex legde een ei, en broedde ’t uit. Het was een jochie, Een wonder, terecht Ghee Whiz genaamd. Zijn nazaten maken nu deel uit van een nieuwe, kleine, maar kerngezond groeiende populatie trompetkraanvogels.

Bewonderenswaardig

Archibald is slechts een van de vele bewonderenswaardige doordouwers in het boek Hoop voor dier en wereld, van de beroemde Jane Goodall. We maken ook kennis met Noel Snyder, de man die als geen ander verantwoordelijk is voor het redden van de Californische condor (een project waarbij echt alles mis ging wat mis kon gaan, maar uiteindelijk een succes werd); met de Slowaakse Maja Boyd, die het Pater Davidshert vanuit Engeland weer introduceerde in zijn land van herkomst: China. Met Astrid Vargas en haar team, dat de Iberische lynx van de ondergang redde.

En niet te vergeten: de Australiër Nicholas Carlile, die de laatste exemplaren van de reusachtige wandelende tak van het Lord Howe Island ontdekte. Op dit eiland waren ze uitgestorven dankzij ratten die er waren aangespoeld. Maar Carlile ontdekte op een nabij eiland één struik waarop één laatste familie haar toevlucht had genomen. Carlile nam de laatste vier mee. Nu zijn er weer zo’n zevenhonderd reuzentakken, doelbewust verspreid over parken en verzamelaars overal op aarde. En ze gaan naar huis. Deze zomer wordt Lord Howe Island rattenvrij gemaakt zodat ze kunnen terugkeren.

Goodall is duidelijk vol bewondering voor deze mensen, die hun hele leven besteden aan het voortbestaan van één soort. Maar zij hoort zelf ook tot dit gezelschap. Als kind, opgegroeid in Bournemouth, droomde ze ervan naar Afrika te gaan, om wilde beesten te zien. Als puber kreeg ze die kans, en in Kenia ontmoette ze paleo-antropoloog Louis Leakey, die haar aanraadde het gedrag van chimpansees te bestuderen. Onderzoek dat haar heel dicht bij de chimpansees bracht, en dat haar wereldberoemd maakte. En eenmaal beroemd, en in contact gekomen met collega-onderzoekers, ontdekte ze dat haar studieobject op uitsterven stond. Bossen werden rap gekapt; chimps werden geschoten en gestrikt, en als bushmeatverkocht. Er zijn er nog een paar honderdduizend. Nog even en iemand zal, net als Archibald of Carlile, het handjevol resterende exemplaren moeten verzamelen voor een fokprogramma. Als het al niet te laat is. Daarom reist Goodall nu de wereld af om de duizenden die zich inzetten voor het behoud van diersoorten een hart onder de riem te steken.

Komen en gaan

Waarom zetten die mensen zich zo vol overgave in voor een vogel, een hert of een kever? Immers, soorten komen en gaan. Maar als er een uitsterft, gaat er wel iets unieks verloren. Aan het slot van Hoop voor dier en wereld roept ze de mensheid op de natuur niet alleen te zien als bron van inkomsten of plezier. ‘De natuur heeft ook andere waarde.’ Ze is voor Goodall ‘het mysterie dat mijn ziel voedt’.

En ze bewondert iedereen die, net als zij, in staat is voor zijn emotionele betrokkenheid bij de natuur uit te komen. Mensen zoals in dit boek. Maar het zouden er miljarden moeten zijn, want pas als iedereen de waarde van de natuur inziet, is er hoop dat de natuur de mensheid kan overleven. Met haar Goodall Foundation zet ze zich daarvoor in. ‘Zonder hoop kan er niets veranderen.’


* Jane Goodall, Hoop voor dier en wereld. Hoe bedreigde diersoorten gered worden van uitsterven. Uitgeverij Contact, 24,95euro.

Foto: Hollandse Hoogte

Aanmelden nieuwsbrief

E-mail
Voornaam
Achternaam

Ontbijt Nieuws Iedere werkdag rond 09:00 uur de laatste headlines van DePers.nl in uw mailbox.
Lunch Nieuws Iedere werkdag rond 12:00 uur de laatste headlines van DePers.nl in uw mailbox.

Verstuur

 
  Plaats dit bericht op Twitter Voeg dit bericht toe aan NuJij.nl Voeg dit bericht toe aan linkedin.com Voeg dit bericht toe aan hyves.nl Voeg dit bericht toe aan facebook.com Reageer Stuur dit bericht door per email Stuur door Druk deze pagina af op je printer Print  

Meest gelezen wetenschap

Meer nieuws wetenschap

Volgend bericht >

Reageer op dit artikel:  

 


 
 


© Copyright DePers.nl