Interview Snijden in het brein

‘Die weke rode massa ìs onze geest’

Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: donderdag 18 februari 2010 00:02
Update: donderdag 18 februari 2010 00:46

Verpleeghuisarts en auteur Bert Keizer mocht een tijdje meelopen op de afdeling neurochrirurgie van het VUMC. Opereren op het snijvlak van lichaam en ziel.

Toen verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer door het VU Medisch Centrum uitgenodigd werd om als ‘Schrijver op de afdeling’ een tijdje mee te draaien op een afdeling naar keuze, hoefde hij daar geen moment over na te denken. Graag. Op de afdeling neurochirurgie. Waar neurochirurgen met een mes in de hand het brein te lijf gaan. Met alle gevolgen van dien. In zijn nieuwste boek, Onverklaarbaar bewoond, beschrijft Keizer zijn ervaringen.

‘De eerste weken waren lastig. Als dokter ben je gewend de gebeurtenissen te verleggen, in te grijpen. En nu had ik alleen maar dat verrekte opschrijfboekje. Ik had ook geen hiërarchische positie. Later, toen de chirurgen me meer vertrouwden, werd het erg leuk.’

Wat opvalt is dat de neurochirurgie er bekaaid afkomt.

‘Er gebeuren dingen op een OK waarvan leken flink kunnen schrikken. En die beschrijf ik ook. Nee, als ik wat somber kijk bij het woord neurochirurgie is dat geen veroordeling van hun vak of hun vaardigheid, maar van de menselijke situatie. We zijn erg kwetsbaar, en de successen van de medische wetenschap zijn maar heel betrekkelijk.’

Met welke verwachtingen ging je er naartoe?

‘Ik wilde mijn ideeën over de relatie tussen brein en ziel onder het vergrootglas leggen, er heel dicht op gaan staan. Kijk, als verpleeghuisarts krijg ik te maken met heel langzaam optredende, algemene schade aan het brein, zoals door Alzheimer. Alsof er een mist komt opzetten.’

‘Acute hersenschade is heel anders. Lokaal, plotseling. En ik kon het hele proces volgen. Ik zag ze binnenkomen en angstig naar de OK gaan; ik zag wat er weggehaald werd en de volgende dag kon ik ze spreken.’

En de chirurgen?

‘Toen ik kwam, was ik er van overtuigd dat je nooit met een mes een menselijk brein moest binnengaan. Het brein is zo gevoelig, zo complex, daardoor kan alleen maar meer schade ontstaan. Dat, weet ik nu, is veel te simpel. Een bloeding onder de schedeldak is dodelijk. Even een luikje maken en de bloeding stelpen is een levensreddende operatie. Enkele tumoren zijn ook uitstekend operabel. Maar altijd is het zo: je weet niet hoe de patiënt eruitkomt. Het voorspellen van het effect van een ingreep, de prognostiek, is in de acute neurologie een vreselijk probleem. Je kunt niet voorkomen dat je in een aantal gevallen meer schade aanricht dan je herstelt.’

‘Daarom wordt er (ook daar was ik aanvankelijk toch wel van overtuigd) ook niet te gemakkelijk naar het mes gegrepen. Voordat ze een brein ingaan, wordt er heel veel heen en weer gewandeld. Er is continu overleg. De sfeer is vaak streberig, maar er is daar heel veel talent dat elkaar scherp houdt.’

Maar je beschrijft ook: ze grijpen ook wel in, terwijl niets doen soms beter zou zijn.

‘Dat speelt met name bij oudere mensen die meerdere kwalen onder de leden hebben. Een hele batterij specialisten stort zich dan op zo’n patiënt: een voor de longen, een voor het brein, de ander voor het been. Dat is echt ellende hoor, als meerdere specialisten op jouw lichaam ten strijde trekken! En als je zoveel diagnostiek hebt, zoveel prachtige apparaten, dan is het enorm verleidelijk om in ieder geval iets te doen. Wat je dan ziet, is dat ze zich zogezegd een tunnel in opereren, een richting inslaan waaruit ze niet meer terug kunnen keren. Dan eindigt zo’n patiënt waar niemand hem had willen hebben: uitgedokterd op de intensive care.’

Heb je ook iets over het brein geleerd?

‘Die weke rode massa die, als de chirurg een luikje heeft gemaakt, zo’n beetje naar buiten hangt, daar kreeg ik een, wat ik maar noem ‘evolutiedepressie’ van. Dit is toch het mooiste van de mens, dat wat ons die unieke mens maakt, en het is exact hetzelfde als in de kop van een chimpansee. Dat valt zo tegen! Ik heb toch altijd gehoopt dat we daar iets zouden vinden, een onderdeel, een of andere winding, waarvan we konden zeggen: yes! Daar zit het verschil! Maar kijkend naar het brein word je gedwongen schouder aan schouder te staan met de rest van de natuur.’

In die drillende massa zit onze geest.

‘Vrijwel iedereen groeit op met het Platoonse wereldbeeld van de geest die losstaat van het brein; die daar wel heel even in verblijft, maar na de dood wegvliegt. Ons denken is daarvan doordrongen. Wanneer we iemand zien winkelen, zeggen we niet: zijn brein doet boodschappen. Maar als diezelfde persoon spartelend op de grond valt, zeggen we: dat komt door zijn brein. Brein en geest zijn een. Alleen, we vinden dat niet leuk. Dat betekent namelijk dat dood gewoon dood is. Met een kleine d.’

Dat maakt het ook zo lastig om te accepteren dat iemand na een hersenoperatie een ‘ander’ kan zijn geworden.

‘Artsen zeggen dat uitdrukkelijk: uw persoonlijkheid kan veranderen; het karakter van uw vrouw kan na afloop veranderen. Iemand kan door de ingreep zijn humor kwijtraken, kan ongepaste grappen gaan maken of grove opmerkingen – zonder dat hij er iets aan kan doen. Het kan om heel subtiele dingen gaan: een bepaalde belangstelling, een manier van aanraken, waardoor familie en vrienden toch het gevoel hebben iemand verloren te hebben.’

‘Artsen waarschuwen er wel voor, dat iemand kan veranderen, maar het blijft onvoorstelbaar. Dan liever die verlossende notie dat ‘alleen het brein’ beschadigd is, en geopereerd is, en dat ergens daarachter de onbeschadigde ziel nog zit. Maar dat is gelul! Mensen zeggen wel eens, wanneer ze zien dat bijvoorbeeld hun vader nauwelijks nog ergens op reageert: ‘Het gaat aan hem voorbij.’ Dan vraag ik: ‘Denk je dat er nog een ‘hem’ is waaraan dat dan voorbijgaat?'

Aanmelden nieuwsbrief

E-mail
Voornaam
Achternaam

Ontbijt Nieuws Iedere werkdag rond 09:00 uur de laatste headlines van DePers.nl in uw mailbox.
Lunch Nieuws Iedere werkdag rond 12:00 uur de laatste headlines van DePers.nl in uw mailbox.

Verstuur

 
Reageer op dit artikel:  

Reageer Door: spieker, 25 feb 2010 04:04
spieker schreef:


Keizer beschouwt de processen die zich in die weke massa afspelen als een op zichzelf staand mechanisme, waarbij allerlei haperingen optreden als je morrelt aan de onderdelen. Maar in ....
Mario Beauregard en Denise O'Leary:
Het spirituele brein - Bewijzen voor het bestaan van de ziel 2008.
Beauregard ontkracht met zijn boek alle positieve reacties van de media en de academische wereld op dit materialistische idee, dat religieus geloof in de vorm van een dergelijke module in de hardware van de hersenen is opgenomen. Ook de theorieën van de zelfzuchtige genen en de memetica van Richard Dawkins en Susan Blackmore worden door hem uitgebreid besproken en weerlegd met de argumenten van hoofdzakelijk Alister Mc Grath's boek Dawkins 'God: Genes, Memes and the Meaning of Life (2005). [o.a. p. 243-250].

Beauregard gaat diep in op RSME's (religieuze, spirituele en mystieke ervaringen) zoals deze zijn bestudeerd door William James, Alister Hardy, Walter Terence Stace en Evelyn Underhill. Zelf deed hij neurologisch onderzoek naar de beleving hiervan door boeddhistische monniken en zusters karmelieten (het hele hoofdstuk 9, blz. 283-318). Doel van dit onderzoek was vast te stellen of de huidige neurowetenschap nuttige informatie kan verstrekken over mystieke toestanden en ervaringen, maar vooral of de hersenactiviteit tijdens mystiek bewustzijn in de slaapkwab is gelokaliseerd (zoals sommige wetenschappers beweren) en/of mystieke contemplatie hersentoestanden teweegbrengt die van het normale bewustzijn afwijken (p. 293). Vastgesteld werd, dat niet alleen de slaapkwabben maar vele hersengebieden bij een mystieke ervaring zijn betrokken en dat zo'n ervaring uitstijgt boven die van een louter emotionele toestand.

Met dit alles wordt enerzijds ingegaan tegen de opvatting van Freud, dat RSME's een pathologische grond hebben, anderzijds tegen die van het nieuwe vakgebied 'evolutioniare psychologie', dat spirituele ervaringen gebaseerd zijn op de eigenschappen die de dierlijke natuur nodig heeft om in leven te blijven. Het onderstreept de ontmoeting in de BDE met een objectief in de werkelijkheid bestaande kracht die onafhankelijk is van de personen die deze ervaren. Op grond van deze niet-materialistische visie houdt de dood van de hersenen niet de vernietiging van de persoon in (p. 323). Een bemoedigend boek. HvB





geen enkel boek dat over de dood handelt is bemoedigend. mensen willen er eigenlijk vanaf, een gezond mens wil eeuwig blijven leven, een wetenschapper en en kunsternaar zijn nooit aan het einde van hun vragen of kunstwerken. dit is een natuurlijk gegeven, want het leeft in ons hart, zoals het geweten een redelijk nauwkeurig kompas in ons leven is - al moet het vaal bijgeslepen worden.
BDE's zijn uit de oude doos. vrijwel alle BDE's laten hetzelfde verhaal horen, omdat het kennelijk een chemisch/psychisch proces in een bepaald deel van ons brein is onder dezelfde omstandigheden.

dieren weten niet dat zij sterven zullen en wanneer u dit aspect van het dierenleven bestudeert, zult u te weten komen, dat een dier - in tegenstelling tot de mens - de dood gewoon accepteert. wanneer uw kat niet meer thuis komt en u gaat zoeken, dan heeft hij zich vaak opgerold verscholen weggelegd - om te sterven. en op de savannen vermoorden dieren elkaar, omwille van het dagelijks brood, zonder aan de gevolgen van hun gedrag vast te klinken dat dat zij wel eens zouden kunnen sterven.

voor een dier is de dood geen straf, wel voor de eigenaar die er een trauma aan kan overhouden. alleen voor de mens is de dood een straf en mijn empirische ervaring is dat dit een wereldwijd gevoelen is en dus niet iets natuurlijks kan zijn.

Reageer Door: spieker, 25 feb 2010 03:47
Pro-Contra schreef:

Keizer beschouwt de processen die zich in die weke massa afspelen als een op zichzelf staand mechanisme, waarbij allerlei haperingen optreden als je morrelt aan de onderdelen. Maar in ....
Mario Beauregard en Denise O'Leary:
Het spirituele brein - Bewijzen voor het bestaan van de ziel 2008.
Beauregard ontkracht met zijn boek alle positieve reacties van de media en de academische wereld op dit materialistische idee, dat religieus geloof in de vorm van een dergelijke module in de hardware van de hersenen is opgenomen. Ook de theorieën van de zelfzuchtige genen en de memetica van Richard Dawkins en Susan Blackmore worden door hem uitgebreid besproken en weerlegd met de argumenten van hoofdzakelijk Alister Mc Grath's boek Dawkins 'God: Genes, Memes and the Meaning of Life (2005). [o.a. p. 243-250].

Beauregard gaat diep in op RSME's (religieuze, spirituele en mystieke ervaringen) zoals deze zijn bestudeerd door William James, Alister Hardy, Walter Terence Stace en Evelyn Underhill. Zelf deed hij neurologisch onderzoek naar de beleving hiervan door boeddhistische monniken en zusters karmelieten (het hele hoofdstuk 9, blz. 283-318). Doel van dit onderzoek was vast te stellen of de huidige neurowetenschap nuttige informatie kan verstrekken over mystieke toestanden en ervaringen, maar vooral of de hersenactiviteit tijdens mystiek bewustzijn in de slaapkwab is gelokaliseerd (zoals sommige wetenschappers beweren) en/of mystieke contemplatie hersentoestanden teweegbrengt die van het normale bewustzijn afwijken (p. 293). Vastgesteld werd, dat niet alleen de slaapkwabben maar vele hersengebieden bij een mystieke ervaring zijn betrokken en dat zo'n ervaring uitstijgt boven die van een louter emotionele toestand.

Met dit alles wordt enerzijds ingegaan tegen de opvatting van Freud, dat RSME's een pathologische grond hebben, anderzijds tegen die van het nieuwe vakgebied 'evolutioniare psychologie', dat spirituele ervaringen gebaseerd zijn op de eigenschappen die de dierlijke natuur nodig heeft om in leven te blijven. Het onderstreept de ontmoeting in de BDE met een objectief in de werkelijkheid bestaande kracht die onafhankelijk is van de personen die deze ervaren. Op grond van deze niet-materialistische visie houdt de dood van de hersenen niet de vernietiging van de persoon in (p. 323). Een bemoedigend boek. HvB




Reageer Door: spieker, 25 feb 2010 03:20
er zijn personen die een harttransplantatie hebben ondergaan en die daarna veranderde persoonlijkheidstrekken gingen vertonen. kennelijk is het derhalve niet simpelweg slechts ons brein dat bepaalt wie we zijn. het zij niet, om precies te zijn, de neuronen die uitmaken wie we zijn, het is de interactie tussen neuronen die dat bepalen. door iets aan die interactie te doen, kunnen we aan onszelf werken, bijv. ons best doen een vriendelijker mens te zijn.
het is larie te zeggen dat een chimpansee over de zelfde hersenen beschikt als een mens. het blijft een dier, onkundig van zijn eigen bestaan en nauwelijks op te voeden. dit zegt toch reeds genoeg. mensen behoren niet tot de orde der primaten, dat geldt uitsluitend in de dierenwereld. dat een mens ook zoogt, kan hooguit betekenen dat hij, of zij eigenlijk, een zogend wezen is. dat darwin de mens heeft verleid zichzelf te verlagen tot een beest door merkwaardige filosofieën, wil nog niet zeggen dat het ook zo is, want in alle nederigheid weiger ik het van mezelf te zeggen dat ik tot het planten en dierenrijk behoor.
daar staan wij als mensen boven; vandaar dat we er over kunnen heersen, indien nodig.

Reageer Door: doemaardp, 21 feb 2010 21:06
Artemisia schreef:

Ik hoop nooit in handen van deze verpleeghuisarts te komen. Mijn overtuiging: de mens ís níet zijn lichaam, maar de mens hééft een lichaam (als 'tool', als instrument) staat lijnrecht tegenover zijn zeer beperkte opvatting van het menszijn.

Wellicht heb jij simpelweg een uitermate beperkte opvatting over het physieke lichaam.

Reageer Door: Pro-Contra, 19 feb 2010 01:19
Keizer beschouwt de processen die zich in die weke massa afspelen als een op zichzelf staand mechanisme, waarbij allerlei haperingen optreden als je morrelt aan de onderdelen. Maar in .... Mario Beauregard en Denise O'Leary: Het spirituele brein - Bewijzen voor het bestaan van de ziel 2008. Beauregard ontkracht met zijn boek alle positieve reacties van de media en de academische wereld op dit materialistische idee, dat religieus geloof in de vorm van een dergelijke module in de hardware van de hersenen is opgenomen. Ook de theorieën van de zelfzuchtige genen en de memetica van Richard Dawkins en Susan Blackmore worden door hem uitgebreid besproken en weerlegd met de argumenten van hoofdzakelijk Alister Mc Grath's boek Dawkins 'God: Genes, Memes and the Meaning of Life (2005). [o.a. p. 243-250]. Beauregard gaat diep in op RSME's (religieuze, spirituele en mystieke ervaringen) zoals deze zijn bestudeerd door William James, Alister Hardy, Walter Terence Stace en Evelyn Underhill. Zelf deed hij neurologisch onderzoek naar de beleving hiervan door boeddhistische monniken en zusters karmelieten (het hele hoofdstuk 9, blz. 283-318). Doel van dit onderzoek was vast te stellen of de huidige neurowetenschap nuttige informatie kan verstrekken over mystieke toestanden en ervaringen, maar vooral of de hersenactiviteit tijdens mystiek bewustzijn in de slaapkwab is gelokaliseerd (zoals sommige wetenschappers beweren) en/of mystieke contemplatie hersentoestanden teweegbrengt die van het normale bewustzijn afwijken (p. 293). Vastgesteld werd, dat niet alleen de slaapkwabben maar vele hersengebieden bij een mystieke ervaring zijn betrokken en dat zo'n ervaring uitstijgt boven die van een louter emotionele toestand. Met dit alles wordt enerzijds ingegaan tegen de opvatting van Freud, dat RSME's een pathologische grond hebben, anderzijds tegen die van het nieuwe vakgebied 'evolutioniare psychologie', dat spirituele ervaringen gebaseerd zijn op de eigenschappen die de dierlijke natuur nodig heeft om in leven te blijven. Het onderstreept de ontmoeting in de BDE met een objectief in de werkelijkheid bestaande kracht die onafhankelijk is van de personen die deze ervaren. Op grond van deze niet-materialistische visie houdt de dood van de hersenen niet de vernietiging van de persoon in (p. 323). Een bemoedigend boek. HvB

 


 
 


© Copyright DePers.nl