Gepubliceerd: donderdag 4 maart 2010 01:16
Update: donderdag 4 maart 2010 08:16
Eten om je problemen te vergeten (‘emotioneel eten’) is een zaak van erfelijke aanleg, maar de opvoedingsstijl speelt ook een belangrijke rol.
Tatjana van Strien, Carmen van der Zwaluw en Rutger Engels van het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen hebben ontdekt dat een op de drie jongeren drager is van het ‘risicogen’ voor emotioneel eten. Het gaat om een variant van het zogenoemde dopaminegen DRD2. Dit gen is betrokken bij het hersensysteem dat verantwoordelijk is voor aangename gevoelens, samenhangend met beloning. De onderzoekers zochten een specifieke variant van dit gen dat een tekort aan de neurotransmitter dopamine veroorzaakt. Dat is een risicofactor voor emotioneel eten, zo was uit eerder onderzoek al gebleken. Maar deze variant verklaart niet alles.
Verwarring
Kinderen tot twaalf jaar die zich rot voelen, gaan minder eten. Daarna kan een omslag optreden: pubers en volwassenen gaan vaak juist veel eten in reactie op negatieve emoties. Van Strien: ‘Er werd altijd al gedacht dat emotioneel eten van kinderen te maken kan hebben met de opvoedingsstijl van de moeder. Als die te veel voor kinderen beslist of ze negeert, worden kinderen onzeker. Ze weten dan niet meer wat ze voelen en gaan fysiologische reacties bij emoties verwarren met gevoelens van honger.’
Van Strien vroeg zo’n 280 jongeren, eerst op 13-jarige leeftijd en opnieuw toen ze zeventien waren, naar hun eetgedrag en het contact met beide ouders, om een inschatting te maken van de manier waarop ze werden opgevoed. Ze was vooral geïnteresseerd in de psychologisch-manipulatieve stijl waarbij ouders hun kinderen op een autoritaire manier controleren. De jongeren kregen uitspraken voorgelegd als: ‘Mijn moeder gedraagt zich koel en onvriendelijk als ik iets doe wat zij niet graag heeft. Als ik een slecht resultaat haal op school, zorgt ze ervoor dat ik me schuldig voel. Ze geeft aan dat ik geen ruzie mag maken met volwassenen. Als ik een slecht cijfer haal op school, maakt ze mij het leven zuur.’ Daarnaast vroeg ze de jongeren om een speekselmonster, voor het genetische onderzoek.
Ongeveer 12 procent van de kinderen gaf aan dat manipulatieve psychologische controle door een of beide ouders vaak of zeer vaak voorkomt. Van de kinderen uit deze groep die gewend waren hun negatieve emoties ‘weg te eten’, was maar liefst eenderde drager van het risicogen.
Overigens is niet alleen een manipulatieve moeder een gevaar: uit het onderzoek kwam naar voren dat ook vaders die deze opvoedingsstijl hanteren kunnen aanzetten tot te veel eten.