Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: donderdag 11 maart 2010 00:12
Update: donderdag 11 maart 2010 06:59
Peter Leusink neemt afscheid als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie.
Het is een vreemd vakgebied, geeft Peter Leusink toe. Seksuologie bungelt ergens tussen de psychologie en de geneeskunde. Seks is een zaak van lichaam en geest, vinden we in Nederland. In het buitenland is dat anders, weet Leusink, die op 26 maart afscheid neemt als voorzitter van de NVvS: ‘Daar ligt de nadruk op de lichamelijke kant. En in de Angelsaksische landen heb je sinds een paar jaar een hele sterke stroming ‘sexual medicine’, dankzij onderzoeksgeld van farmaceuten als Pfizer en Eli Lilly, de makers van Viagra en cialis.’
Daar grijpen de softe Nederlandse seksuologen dus naast.
‘Er is te weinig geld voor onderzoek naar psychologische aspecten. Neem een probleem als pijn bij het vrijen bij jonge vrouwen. Twaalf procent van hen heeft daar last van. Denken we. Want we weten er eigenlijk niks van. Niet hoe vaak het voorkomt, niet hoe het ontstaat, of wat er tegen gedaan kan worden. Een ding weten we wel bijna zeker: het valt niet met een pilletje op te lossen. Dus zijn de farmaceuten er niet in geïnteresseerd, en is er ook geen goed onderzoek naar.’
‘Of neem de discussie over de seksualisering van de samenleving. Ook daar weten we eigenlijk niets van. Uiteindelijk kreeg de Rutgers Nisso Groep, die sociologisch onderzoek doet naar seksualiteit, geld voor een eenmalig onderzoek onder jongeren – maar je moet longitudinaal onderzoek doen: een grote groep gedurende meerdere jaren volgen.Daar is geen geld voor.’
Uit dat soort onderzoeken komt altijd weer naar voren dat het met de ‘pornificatie’ wel meevalt. Is de samenleving intoleranter geworden als het gaat om seks en erotiek?
‘Ik denk dat internet hier een grote rol speelt. Het biedt de duistere kanten van de mens alle ruimte om anoniem, stiekem, aan zijn trekken te komen – en gelijkgezinden te vinden. Vroeger moest je als homo, lesbo, pedo of hoerenloper de straat op om voor je rechten op te komen. Dat hoeft niet meer. En hoe meer je anoniem en stiekem kunt doen op internet, hoe meer je naar buiten het standpunt kunt ophouden dat er van alles niet mag.’
De wethouder schaft de rosse buurt af omdat hij thuis via internet wel een hoertje kan vinden.
‘En waarom zou je daartegen protesteren als je als hoerenloper hetzelfde kunt doen?’
Je schetst een hypocriete samenleving.
‘We zijn stiekem zo veel met seks bezig – maar niet op de plekken waar het juist zou moeten gebeuren: in de gezondheidszorg en het onderwijs. Artsen zijn nog steeds niet in staat om met patiënten over hun seksleven te praten. En op scholen is seksuele voorlichting bijna verdwenen.’
Heeft de komst van Viagra dan geen verandering gebracht?
‘Viagra heeft barrières doorbroken. Erectieproblemen zijn in de huisartsenpraktijk veel beter bespreekbaar geworden. Er bleek werkelijk een groot verborgen probleem te bestaan. Seksuologen hadden dat niet in de gaten. De hele medische wereld werd er volkomen door verrast. Maar bedenk: 30 procent van de mannen heeft géén baat bij een pil. Dus we zijn er nog niet. Een Amerikaanse uroloog, Arnold Melman, doet nu onderzoek naar het opheffen van erectiestoornissen door het inspuiten van DNA in het zwellichaam van de penis. De resultaten zien er goed uit. Gentherapie! Dat is een stap verder dan het kankeronderzoek! Miljoenen gaan er in – en dat is geen probleem want die verdienen ze toch wel terug.’
Die nadruk op geneesmiddelen betekent ook een verarming.
‘Het geeft aan wat mannen van seks verwachten, daar helpt de moraal van seksuologen niets aan. Mannen die zo’n pilletje slikken, denken niet langer na over andere manieren waarop ze hun seksleven zouden kunnen verbeteren. En oudere mannen gaan het feit dat ze niet zo vaak meer een erectie hebben als een medisch probleem beschouwen.’
Eigenlijk bewijst Viagra dat zelfs seksuologen niet weten wat de grootste problemen in de slaapkamer zijn.
‘Ik denk het toch wel. Verschil in verlangen. De man die vaker seks wil; de vrouw die geen, of te weinig zin heeft. Vaak komt daar meer bij kijken: een gebrek aan communicatie; seks als onderdeel van een machtsspel. Daar moet je als seksuoloog ook aandacht aan besteden. Daar heb je weer die typisch Nederlandse aanpak.’
Maar er komt een pil voor!
‘Tja. Er komt een pil aan die de zin in seks bij de vrouw moet stimuleren, gebaseerd op de stof flibanserin – dat wordt dan ‘viagra voor de vrouw’ genoemd maar dat is het niet want die stof werkt in op het brein. Het zal bij een kleine groep wel wat doen...
Straks verwacht iedereen dat een vrouw die ‘geen zin’ heeft, die pil slikt.
‘Wat ik nu in mijn praktijk meemaak, zijn meiden van drie-, vierentwintig die zeggen: ik heb geen zin meer in seks. Ik heb alles al gehad. Een seksuele burn-out. Je moet bedenken: de oude norm van ‘geen seks voor het huwelijk’ is vervangen door een nieuwe norm: je moet seks hebben en veel verschillende seksuele partners hebben gehad voordat je gaat trouwen. Blijkbaar kunnen we niet zonder normen.’
Zijn we de afgelopen decennia dan niet vrijer geworden, gelukkiger?
‘Dat betwijfel ik. Jongeren zijn nog net zo onzeker als vroeger. En hoeveel porno er ook op internet te vinden is: hun seksuele gedrag is nauwelijks veranderd. En onder volwassenen wordt meer gemasturbeerd, maar er is minder seks in de relatie. Dat vind ik een verschraling van het seksleven.’