Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: maandag 16 augustus 2010 22:58
Update: maandag 16 augustus 2010 22:58
Orang-oetans maken gebruik van complexe gebaren, vooral om hun zin te krijgen.
Orang-oetans zijn geen praters. En ze zijn niet zo
slim als chimpansees. Maar dom zijn ze niet. Volgens primatoloog Anne
Russon, van de York Universiteit in Canada, zijn orangs dan wel geen
primitieve babbelaars, maar zijn ze wél in staat om zeer bewust
behoorlijk complexe gedragingen na te bootsen, om op die manier een
ander iets duidelijk te maken – of om de tuin te leiden. Russon vlooide
een enorme berg waarnemingen aan orang-oetans door (alles bij elkaar
twintig jaar observeren), en ontdekte achttien gevallen waarbij
duidelijk sprake was van een dergelijke complexe, zoals zij het
omschrijft ‘gemimede’ boodschap. ‘Pantomime wordt als iets uniek
menselijks beschouwd,’ aldus Russon, ‘en buiten bereik van andere
soorten.’ Maar daar zet ze nu grote vraagtekens bij. Van de achttien
‘complexe signalen’ waren er vier geobserveerd tussen orangs onderling,
en veertien tussen orang en mens – een verschil dat waarschijnlijk
ontstaat doordat de tweede categorie boodschappen sneller opvalt, maar
ook doordat verzorgers nu eenmaal over de macht (en het eten)
beschikken. Volgens Russon kunnen orangs in ieder geval vier
boodschappen bewust overbrengen:
‘Let maar niet op mij’
Orangs kunnen gebaren en bewegingen maken die
suggereren dat ze iets doen, of iets gaan doen, terwijl ze stiekem iets
anders van plan zijn. Een dier vroeg met gebaren om geknipt te worden,
om vervolgens, toen verzorgers de spullen daarvoor ophaalden, iets te
stelen.
‘Help mij!’
Orangs kunnen net doen alsof ze iets niet kunnen,
wetende dat als mensen dit zien, ze te hulp zullen schieten en hem (of
haar) zo veel werk kunnen besparen. Lekker onbeholpen doen, en dan
relaxed toekijken.
‘Bedankt!’
Een orang genaamd Kikan werd ooit door een verzorger
geholpen nadat hij in een scherpe steen had getrapt. Toen Kikan deze
verzorger een week later weer zag, gaf hij hem een grote knuffel; de aap
deed ook keurig na hoe hij zijn voet had bezeerd en hoe de verzorger
hem had geholpen. Om uit te leggen wat er was gebeurd (en dat hij het
niet was vergeten).
‘Zo moet dat!’
Als mensen vuil zijn geworden, wassen ze hun gezicht
met een washandje, zo had de orang Cecep onthouden. Kort nadat hij weer
was vrijgelaten in de jungle, kwam hij met een groot blad op Russon af
(die de vrijgelaten orangs observeerde), en bood het haar aan. Russon
deed niets. Cecep nam het blad, boende ermee over zijn voorhoofd, en
bood het nogmaals aan. Dit keer waste Russon haar gezicht – zoals Cecep
had voorgedaan.