Door: Marcel Hulspas 
Gepubliceerd: maandag 30 augustus 2010 22:33
Update: dinsdag 31 augustus 2010 13:59
Over veertig jaar zijn we met negen miljard wereldburgers. En
die moeten allemaal eten. Wat krijgen onze kleinkinderen op hun bord?
Het moet kunnen, zeggen de deskundigen. Het is
mogelijk de wereldvoedselproductie de komende veertig jaar met 70
procent op te krikken. En dat zal ook moeten, willen we niet
geconfronteerd worden met hongersnood. Eén ding staat echter nu al vast:
wat dat voedsel zal zijn, waar het uit bestaat en hoe het zal worden
geproduceerd, zal radicaal verschillen van wat we nu op ons bord
aantreffen.

Die groei met 70 procent is gebaseerd op enkele
nuchtere aannames. Ten eerste dat de wereldbevolking onherroepelijk zal
groeien tot een maximum van ongeveer negen miljard rond 2050. Op dit
moment daalt het kindertal vrijwel overal fors; zelfs in gebieden die
tot voor kort hardnekkig groeiden (Afrika en het Midden-Oosten), maar we
zitten met een ‘overschot’ aan kinderen die allemaal later een
(hopelijk klein) gezin zullen stichten. Dat maakt die negen miljard
praktisch onvermijdelijk. Die extra miljarden wonen straks hoofdzakelijk
in steden, in de ontwikkelingslanden. Europa telt tegen die tijd minder
inwoners dan nu; Afrika twee keer zo veel. De één-kindpolitiek in China
betekent dat dit land qua inwonertal over tien jaar ingehaald zal
worden door India. Afrika en India – dáár wordt de situatie kritiek.
Vleeseters
50 procent meer wereldburgers zou betekenen: 50
procent meer voedsel. Geen 70. Maar de tweede aanname luidt dat de
welvaart zal blijven groeien. Op dit moment moet één op de zeven mensen
genoegen nemen met te weinig, of kwalitatief onvolwaardig voedsel. We
moeten ervan uitgaan dat deze armoede omstreeks 2050 uitgeroeid zal
zijn. Dat betekent dat negen miljard mensen straks een hoogwaardig dieet
willen. Dus meer melk(producten), meer vetten, suikers en vooral: meer
vlees. In de afgelopen vijftig jaar is de wereldbevolking verdubbeld, en
is de vleesconsumptie vervijfvoudigd. En kippen, varkens en koeien zijn
in wezen voedselverspillers: dieren hebben gemiddeld zes kilo
plantaardige eiwitten nodig om één kilo dierlijk eiwit te leveren. Op
dit moment verdwijnt al de helft van de wereldgraanproductie in de magen
van dieren.
Het is niet ondenkbaar dat de wereldbevolking straks
massaal vegetariër wordt, maar erg waarschijnlijk is dat niet. Dus zal
de zuivel- en vleesconsumptie omhoogschieten. Wat betreft de
graanproductie hebben we dan veel meer nodig dan 70 procent. Die moet
meer dan verdubbelen.
Daarvoor is een complete agro-revolutie nodig. We
zullen alle ons ter beschikking staande middelen volledig moeten
benutten. En dat liefst zonder uitbreiding van het huidige
landbouwareaal, en zonder verdubbeling van de vraag naar kunstmest en
zoet water – twee zaken die almaar duurder worden. Hoeveel kunnen we nog
halen uit het bestaande landbouwareaal? Veel. Dat is wat de meeste
deskundigen tot voorzichtige optimisten maakt. Ten eerste kan de
verspilling worden teruggedrongen. Op dit moment gaat in alle stadia
tussen oogsten en eten 30 à 40 procent van de opbrengst verloren. Oogst
verrot door verkeerde opslag; gaat verloren bij transport; bedrijven en
supermarktketens keuren grote hoeveelheden voedsel af (en gooien het
weg) vanwege vaak futiele schoonheidsfoutjes en de consument gooit tot
een kwart van zijn aankopen in de vuilnisbak, vaak uitsluitend omdat het
‘over de datum’ is. Modernere bedrijven, een betere logistiek,
strengere wetgeving (en minder pietluttigheid) kunnen hier enorme
hoeveelheden ‘extra’ voedsel opleveren.
De snelste en meest effectieve manier om graan te
besparen, is minder vlees eten. Op dit moment worden veel bestaande
granenrassen niet goed ingezet, en maken te veel boeren gebruik van
verouderde rassen die lage opbrengsten geven of veel te gevoelig zijn
voor droogte en/of natte voeten. Ook daar zijn grote verbeteringen
mogelijk. Biotechnologen roepen graag dat de toekomst is aan genetisch
gemanipuleerde gewassen die nog grotere opbrengsten beloven. Dat zou
zeker kunnen, maar voorlopig wordt de ontwikkeling daarvan ernstig
gehinderd door de milieubeweging die blijft waarschuwen dat de
kunstmatig ingebrachte genen in wilde soorten verzeild kunnen raken.
Geruststellend onderzoek werkt hier niet: de makers van gm-gewassen zijn
hoofdzakelijk multinationals, en die worden per definitie gewantrouwd.
De milieubeweging beschuldigt die bedrijven ervan dat ze boeren
uitbuiten, en zegt dat we die gm-gewassen niet nodig hebben. Wie weet is
dat laatste waar. Maar als we zonder gm-gewassen verder willen, is en
blijft een ingrijpende agro-revolutie noodzakelijk. Het kleinschalige en
het ‘groene’ boerenbedrijf zetten daarbij geen zoden aan de dijk.
Het is mogelijk dat het broeikaseffect ons een
steuntje in de rug geeft. Een exacte voorspelling is onmogelijk maar op
gematigde breedten zouden de hogere temperaturen, in combinatie met meer
CO2 in de atmosfeer (een ‘grondstof’ voor gewassen), een gunstig effect
kunnen hebben. Landen als Rusland en Canada gaan wellicht veel meer
produceren. Maar rond de evenaar zal de productie waarschijnlijk sterk
teruglopen. Niet alleen omdat vruchtbare rivierdelta’s in zee zullen
verdwijnen of vanwege hogere temperaturen; klimatologen verwachten ook
veel meer extreem weer, dus vaker grote droogte, extreme regenval en
overstromingen (allemaal water dat niet vastgehouden kan worden). Dat
betekent dat landbouwgrond verloren gaat, dat de resterende grond minder
productief wordt en dat boeren steeds moeilijker grondwater omhoog
kunnen pompen (een ton graan vereist duizend ton zoet water). En één
ding staat vast, de bevolking zal sterk blijven groeien. Dus hoe het
broeikaseffect ook uitvalt: de ontwikkelingslanden zullen steeds meer
graan moeten importeren. En dat is een groot probleem, want graan wordt
duur.
Egoïstische reflex
De kredietcrisis heeft duidelijk gemaakt dat de alom
geprezen globalisering grote risico’s met zich meebrengt. Landen als
Brazilië, India, Rusland en China, die de afgelopen jaren keihard
probeerden om de eigen economie te stimuleren, ontdekten dat hun
welvaart in luttele maanden weggevaagd kon worden dankzij volstrekt
onverantwoordelijk opererende Amerikaanse banken. Ze waren gewaarschuwd.
Enkele maanden voordat de kredietcrisis losbarstte was er al sprake van
een ‘graancrisis’ waarbij de wereldgraanprijzen door speculanten tot
bizarre hoogten werden opgestuwd. Vele regeringen kregen te maken met
‘graanrellen’ en besloten de export van graan stop te zetten. Recent nam
Rusland dezelfde maatregel, nadat bekend werd dat eenderde van de oogst
verloren zou gaan door extreme droogte. Op zulke momenten vertonen
regeringen een egoïstische reflex: eigen voedsel eerst. En die reflex
zal de komende decennia vaker voorkomen.
Klimaatverandering, stijgende prijzen en een
onvoorspelbare markt zullen ervoor zorgen dat meer landen fors zullen
investeren in de productie van primaire voedingsmiddelen op eigen grond,
en voor strakke controle van de in- en uitvoer. En Europa zal daaraan
niet ontkomen. Ook hier zullen we qua voedsel zoveel mogelijk
zelfvoorzienend moeten worden. Niet de ‘agro-revolutie’, niet de
biotechnologie, niet het broeikaseffect, maar bevolkingsgroei en de
politieke realiteit zullen ons dagelijks menu sterk veranderen. Ons
voedsel wordt duurder, eenvoudiger, is vaak lokaal geproduceerd en
vooral: er is voor het eerst goed over nagedacht.
Vis
Verdwijnt vrijwel geheel van het menu. De zeeën zijn zo goed als leeg.
De afgelopen halve eeuw is de mondiale vangstcapaciteit verzesvoudigd,
terwijl de vangsten zelf gelijk zijn gebleven. Alleen de politiek houdt
de visserij in stand. Ecologisch verantwoorde vangsten zijn onvoldoende
om vis op het dagelijks menu te houden.
Het aandeel gekweekte vis groeit sterk, maar deze bedrijfstak krijgt
in toenemende mate te maken met de bekende bio-industriële problemen qua
voeding en dierenwelzijn.
Nieuwe voedingsmiddelen
Eten is een hachelijke bezigheid. Niemand steekt zomaar iets in zijn
mond. Toekomstvisies waarin de mensheid haar hongerige maag vult met
algen, insecten of andere exotica zullen waarschijnlijk nooit
werkelijkheid worden. Ook een massale overstap naar vegetarisme is
ondenkbaar. Het enige dat toekomst heeft, is sluwe namaak van bestaande
voedingsmiddelen, zoals: kunstvlees – een industrie waarin ons land
vooroploopt, en een wereldpositie kan veroveren. Vlees komt straks uit
de bioreactor, waarin één enkele stamcel met de eenvoudigste
voedingsmiddelen uiterst efficiënt opgekweekt kan worden tot een
levensecht, volmaakt gezond, milieuvriendelijk stukje vlees. Stamcellen
kweek je uit stamcellen: een enkele cel is zo voldoende om een continent
een jaar lang te voeden. Het eerste kunstvlees zal wel wat smakeloos
zijn – maar daar is de consument dankzij de bio-industrie wel aan
gewend. Kip en vis worden als eerste vervangen. Daarna volgt het net wat
lastiger rundvlees. Rond 2050 mogen we echt vernieuwende vormen van
‘designvlees’ verwachten.
Melk en boter
Een beetje koe levert nu 9000 liter melk per jaar. Dat kan
ongetwijfeld omhoog, maar niet echt veel. Als de koe permanent de stal
in gaat, dan is er ruimte voor een veel grotere veestapel die onder
volledig gecontroleerde, optimale omstandigheden zijn werk doet. Zuivel
kan een exportproduct zijn naar bijvoorbeeld Afrika, dat worstelt met
verouderde rassen en technieken, en waar het straks ook te heet wordt
voor veeteelt.
Vlees
Europa heeft een gunstige uitgangspositie: de bevolking groeit niet
echt meer en is al zeer welvarend, dus de vleesconsumptie zal niet zo
ongehoord stijgen als in Azië en Afrika. Maar de stijging van de
graanprijzen betekent dat vlees heel duur gaat worden. In plaats daarvan
zal er steeds vaker kunstvlees op de menukaart verschijnen. Een
mogelijke uitzondering is varkensvlees, mits we het dier voortaan weer
geven wat het vroeger ook graag vrat: afval. U denkt dat we vreselijk
milieubewust bezig zijn door keukenafval te composteren? Onzin. Vroeger
ging dat gewoon naar het varken.
Olie, wijn
Het broeikaseffect zal delen van Spanje, Griekenland en Italië
veranderen in woestijnen. Voor het toerisme maakt het weinig uit, maar
de wijn en olieproductie schuiven langzaam noordwaarts, richting
Noord-Frankrijk, België en Duitsland. Zuid-Europa gaat mogelijk
zonne-energie leveren.
Brood
Wordt duur. En naarmate de prijzen stijgen, zal Europa minder
afhankelijk moeten worden van import van graan, en de eigen
productiecapaciteit moeten opvoeren. Met name in Noordwest-Europa zal
het graanareaal weer uitgebreid worden. Noord-Nederland wordt weer
graanland. Grasland verdwijnt. De koe gaat definitief op stal. Maar
Europa blijft een netto-importeur. Canada kan meer leveren; de VS worden
problematisch. (De drie staten die het meeste graan produceren, Texas,
Kansas en Nebraska, halen tot 90 procent van hun water uit de
Ogallala-waterlaag, een fossiele watervoorraad die snel slinkt.) Rusland
en Oekraïne kunnen op termijn uitkomst bieden, maar we hangen al aan de
Russische gaskraan, en voorlopig leveren hun verouderde rassen nog te
variabele opbrengsten.